U neemt telefonisch contact op met de gemeente (045 575 33 99) en geeft aan de telefoniste door dat u een klacht heeft. U wordt dan doorverbonden en uw klacht wordt geregistreerd en genoteerd door de afdeling Klant Contacten.
De snelste methode om een klacht te doen is via de website van de gemeente. Klik hier voor het doorgeven van meldingen.
Uw klacht wordt vervolgens door de vakafdeling in behandeling genomen en u krijgt schriftelijk bericht over de afhandeling. Soms ziet u in de praktijk dat uw klacht is afgehandeld; bijvoorbeeld bij losliggende trottoirtegels die later niet meer losliggen. In enkele gevallen ziet u geen resultaat; wanneer uw klacht over illegaal bouwen leidt tot legalisatie wordt het gebouw niet eerst gesloopt.
Met uitzondering van klachten over bouwactiviteiten, ruimtelijke ordening en milieuaangelegenheden worden anonieme klachten niet in behandeling genomen.
Om het gebruik van onze leefomgeving te ordenen en de kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid van de openbare ruimte te beschermen hebben Rijk, provincies en gemeenten een grote hoeveelheid wetten en regels opgesteld. Het opstellen van regels alléén is niet voldoende. Als de regels niet worden gehandhaafd, zijn ze zonder praktische betekenis. De vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam hebben dit nog eens ondubbelzinnig bevestigd. Het is de gezamenlijke zorg en verantwoordelijkheid van de overheid, burgers en bedrijven dat regels worden nageleefd. Door een consequent uitgevoerd handhavingsbeleid kan de aantasting van de kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving, gezondheid, veiligheid en natuur- en milieuwaarden worden voorkomen.
Het Nederlandse rechtssysteem is ingedeeld in 3 soorten recht, n.l. publiekrecht, strafrecht en privaatrecht. Het bestuursrecht geeft regels ten aanzien van de verhouding tussen de burger en de overheid. Ook handelt dit over de verhouding tussen overheidsinstanties onderling. Dit is tevens het onderscheid met dat andere grote rechtsgebied, het civielrecht. Een persoon die ervan wordt verdacht een overtreding of een misdrijf te hebben gepleegd, krijgt te maken met het strafrecht. Het civielrecht (ook wel privaat- of burgerlijk recht genoemd) behandelt zaken waarin mensen of organisaties het oneens zijn over hun onderlinge rechten en plichten. De gemeente is bij handhaving gebonden aan het bestuursrecht; de klacht moet dan ook op dat recht zijn gebaseerd.
Handhaving kan kort en krachtig worden gedefinieerd als het doen naleven van rechtsregels. Deze naleving is niet vanzelfsprekend. Niet of onvoldoende handhaven leidt in feite tot het gedogen van overtredingen. Dit is onwenselijk. Wettelijke normen worden gesteld om belangen te beschermen
(bijv. veiligheid), de samenleving te ordenen (ruimtelijke ordening), gedragsveranderingen (terugdringen overlast) teweeg te brengen of ten behoeve van het bereiken van bepaalde beleidsdoelstellingen (bijv. ‘de vervuiler betaalt’). Wetten bevatten daarom geen vrijblijvende normen en burgers mogen erop kunnen vertrouwen dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving neemt.
Burgers en bedrijven zijn primair zelf verantwoordelijk voor de naleving van regelgeving en voorschriften en voor de gevolgen van overtredingen. De gemeente kan overtredingen zelf constateren bij controles of handhavingsacties. Soms ook wordt een overtreding geconstateerd na een klacht van een inwoner. Het gaat dan bijvoorbeeld over illegale bouwactiviteiten, straatfeesten e.d.
De (gemeentelijke) overheid treedt niet handhavend op tegen alle rechtsregels. Zaken die in het burgerlijk wetboek zijn geregeld, moeten in de meeste gevallen privaatrechtelijk - via de rechtbank - worden afgehandeld. Hiervoor kan bijvoorbeeld een rechtsbijstandsverzekering worden ingeschakeld.
Bij overlast door huisdieren treedt de gemeente niet handhavend op. Deze overlast dient u allereerst met de eigenaar van de dieren te bespreken. Helpt dit niet, dan kunt u een civiele procedure overwegen. Een proces verbaal laten opmaken door de politie behoort tot de mogelijkheden, maar bedenk wel dat de politie veelal andere prioriteiten heeft. Overigens is niet altijd sprake van overlast; wanneer uw buren bijvoorbeeld konijnen in hun tuin houden, dan kan het simpele feit dat u zich daar aan stoort niet betekenen dat sprake is van overlast.
Een veel voorkomende klacht in het najaar gaat over het stoken van een (open) haard met hout. Bij het stoken van hout kan sprake zijn van rook, geur en/of stank. Ook hier geldt weer dat u allereerst een gesprek aangaat met de veroorzaker en u zich niet direct tot de gemeente wendt. In de eerste plaats is enige rook en/of geur vrijwel niet te voorkomen wanneer sprake is van een koud kanaal. In de tweede plaats kan de gemeente slechts optreden als sprake is van een bouwkundig gebrek. Een bouwkundig gebrek aan het kanaal moet kunnen worden aangetoond evenals het stoken van andere materialen dan hout of kolen. Hiertoe zal de toezichthouder van de gemeente het kanaal in de woning of de te stoken materialen moeten bekijken. De toezichthouder heeft echter geen binnentredingsbevoegdheid, zodat de bewoner de toezichthouder de toegang tot de woning kan weigeren. Omdat een gebrek aan het kanaal of het branden van andere materialen dan hout of kolen dan niet geconstateerd kan worden, kan de gemeente niet optreden. U kunt veroorzaker van de (vermeende) overlast slechts via de rechtbank dwingen de overlast te beëindigen c.q. te beperken.
Voor het stoken van “rotzooi”, kunt u de politie inschakelen, omdat dit via de wet milieubeheer verboden is en door de wet economische delicten wordt aangemerkt als een strafbaar feit (strafrecht), duidelijk is echter ook dat bij de politie hier geen hoge prioriteit aan gegeven wordt.
Nog enkele voorbeelden waarbij de gemeente niet zal optreden:
-
Gebruik van motorkettingzagen, boormachines e.d.;
-
Wanneer u zich stoort aan het onkruid in de tuin van uw buren (dit kan ook een projectontwikkelaar zijn), dan spreekt u uw buren daarop aan en niet de gemeente;
-
Wanneer u vreest voor “ongewenst bezoek” via uw tuin door opslag van (bouw)materialen dan spreekt u de veroorzaker aan. Dat het hierbij materialen kunnen zijn die behoren bij bouwwerkzaamheden waarvoor door de gemeente een vergunning is verleend, doet niets af aan uw eigen verantwoorde-lijkheid. De opslag van bouwmaterialen is niet geregeld in regelgeving;
-
Indien u van mening bent dat uw buren handelingen plegen op/aan uw eigendom dan heeft het geen zin de gemeente hierop aan te spreken. Ook deze handelingen bespreekt u eerst met uw buren. Vervolgens kunt u via de rechter (civielrecht) eventueel maatregelen proberen te laten treffen.
Zoals eerder aangegeven treedt de gemeente op wanneer sprake is van het overtreden van rechtsregels waarvan de gemeente de toezichthoudende taak heeft; de gemeente is dan bevoegd gezag. Bij illegaal gebruik van bouwwerken, bij illegaal bouwen of bij bouwen in afwijking van de verleende vergunning, in geval van overtredingen van de milieuwetgeving e.d. zal de gemeente dus wél optreden. Het optreden van de gemeente kan bestaan uit het stopleggen van bouwactiviteiten, het doen laten stoppen van het gebruik e.d. Vervolgens moet onderzocht worden of de activiteiten kunnen worden gelegaliseerd. In het kader van flankerend beleid wordt in een aantal gevallen aan de politie verzocht proces verbaal op te maken. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat een overtreder - wanneer de activiteit is te legaliseren - geheel vrijuit gaat.
Hoe tegen milieu-overtredingen wordt opgetreden, is opgenomen in Gezamenlijke Sanctie- en Gedoogstrategie Limburg. Deze strategie is gepubliceerd op de website van de gemeente onder “Het loket” en vervolgens "Beleidsnota’s” . Klik hier voor een PDF exemplaar van de nota.
De sanctie- en gedoogstrategie voor bouwen en ruimtelijke ordening wordt op korte termijn afgerond.
8. Wetten die door de gemeente worden gehandhaafd.
-
De Woningwet. De Woningwet is ingevoerd in 1901 met als doel de bewoning van slechte woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te bevorderen. De wet stelt daarom bouwtechnische eisen aan alle bouwwerken. Ook is in de Woningwet een stelsel opgenomen voor bouwvergunningen. Verder verplicht de Woningwet gemeenten ondermeer een welstandsnota op te stellen. Daarin moet voor ieder gebied dat een gemeente 'welstandsgevoelig' vindt zo concreet mogelijk aangegeven zijn wat de welstandseisen zijn. De Woningwet vormt de kern van de bouwregelgeving en dan vooral de bouwparagraaf van deze wet. Lees of download de Woningwet op via www.wetten.nl/Woningwet.
-
De Monumentenwet 1988. Deze wet heeft niet alleen betrekking op gebouwen en objecten, maar ook op stads en dorpsgezichten en archeologische monumenten boven en onder water. In de Monumentenwet 1988 is geregeld hoe gebouwde of archeologische monumenten aangewezen kunnen worden als wettelijk beschermd monument. Daarnaast geeft de Monumentenwet 1988 voorschriften met betrekking tot het “wijzigen, verstoren, afbreken of verplaatsen” van een beschermd monument. Die voorschriften houden in dat er niets aan het monument mag worden veranderd zonder voorafgaande vergunning. Deze vergunning moet vooraf worden aangevraagd. Het is strafbaar als er zonder vergunning werkzaamheden worden uitgevoerd. Voor wat betreft de gebouwde monumenten hebben gemeenten in de Monumentenwet 1988 meer verantwoordelijkheid gekregen voor monumentenzorg. Ook kregen zij de taak om eigenaren en beheerders van monumenten te informeren en te begeleiden bij de bescherming van hun monument(en). Het zonder meer opgraven van archeologische resten is op grond van de Monumentenwet 1988 niet toegestaan. De wet bevat voorschriften met betrekking tot de opgravingsvergunning en het melden van archeologische vondsten. De integrale tekst van de Monumentenwet 1988 is te vinden op www.wetten.nl
-
Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer is op 1 januari 1993 ontstaan uit de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Wabm). De Wm is een raamwet; hierin staan algemene regels. In de Wm zijn de gemeenschappelijke elementen van een aantal milieuwetten samengevoegd. De Hinderwet is bij het van kracht worden van de Wm vervallen. Belangrijke hoofdstukken uit de Wm zijn de milieuplannen en -programma's, milieukwaliteitseisen, inrichtingen, afvalstoffen en procedures.
Een belangrijke basis voor de Wet milieubeheer is dat iedereen die weet of kan vermoeden dat zijn of haar gedrag nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten of maatregelen te nemen die de gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken.
Meer specifieke bepalingen staan in zogenaamde uitvoeringsbesluiten. Deze besluiten, in officiële termen een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), kunnen gericht zijn op:
-
categorieën inrichtingen (zoals het Besluit woon- en verblijfsgebouwen Wm);
-
milieukwaliteitseisen (zoals het Besluit emissie-eisen stookinstallaties Wm; BEES);
-
processen (zoals het Besluit opslaan in ondergrondse tanks; BOOT).
Het belangrijkste uitvoeringsbesluit op basis van de Wm is het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wm (Ivb). In dit besluit staat aangegeven welke inrichtingen (bedrijven) onder de Wm vallen, en welke van deze inrichtingen een vergunning moeten hebben, de zogenaamde milieubeheervergunning, vaak kortweg (maar wel foutief!) een milieuvergunning genoemd.
Concrete maatregelen ter bescherming van het milieu zijn niet opgenomen in de Wet milieubeheer. Ze zijn te vinden in de voorschriften van de milieubeheervergunning of, voor die inrichtingen die op basis van artikel 8.40 geen vergunning nodig hebben, in de uitvoeringsbesluiten (AMvB's). De voorschriften in de vergunningen zijn afhankelijk van de processen die in de inrichting plaatsvinden waarvoor de vergunning is afgegeven. De vergunningen lijken dus wel op elkaar, maar zijn niet identiek. Iets soortgelijks geldt voor de verschillende AMvB's. De meeste voorschriften zijn wel gelijk, maar er zijn branchegebonden verschillen. Zie ook: Algemene Plaatselijke Verordening. In de APV zijn lokale aangelegenheden geregeld op het gebied van evenementen, optochten, veiligheid op de weg, feest, muziek en wedstrijd e.d., straatartiest, voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg, aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, winkelwagentjes, sluitingstijden, houden van hinderlijke of schadelijke dieren, wilde dieren, loslopend vee, kapverbod, parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d., te koop aanbieden van voertuigen, defecte voertuigen, voertuigwrakken, caravans e.d., parkeren van reclamevoertuigen, parkeren van grote voertuigen, parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen, enz., enz.
Voor de APV van de gemeente Voerendaal klik hier. |